Wat je in huis nodig hebt
Minder dan je denkt. De lijst hieronder is wat de drie aanbieders zelf noemen, en wat er in de praktijk bij komt.
Ruimte
Een paar passen vrije vloer. Denk aan twee bij twee meter: de plek voor de bank als de salontafel opzij gaat, een stuk gang, een garage, een zolder met voldoende stahoogte. Springen gebeurt zelden binnen, dus de buren onder je hoeven zich niet druk te maken.
Vloer
Elke vlakke vloer werkt. Op laminaat of tegels is een mat prettig voor liggende oefeningen; die neemt de trainer niet standaard mee, dus dat is het enige wat je zelf zou kunnen aanschaffen. Tapijt is prima zonder mat.
Materiaal
Komt mee. Losse gewichten, een kettlebell, elastieken of weerstandsbanden, een ophangsysteem dat aan een deur of boom hangt, en soms een medicinebal. Veel oefeningen gebruiken alleen je eigen lichaamsgewicht.
Wat niet nodig is
Geen apparaten, geen halterbank, geen spiegelwand. Ook geen speciale kleding: wat je bij een wandeling zou dragen is goed. Een bidon en een handdoek, dat is het.
De woonkamer als trainingsruimte
De meeste trainingen aan huis vinden in de woonkamer plaats, en dat gaat goed zolang er één afspraak is: de plek staat klaar als de trainer binnenkomt. Tafel opzij, kleed recht, kinderen of huisdieren even ergens anders. Die vijf minuten voorbereiding zijn het verschil tussen een vol uur en drie kwartier.

Twee dingen die mensen vergeten: ventilatie en temperatuur. Een uur trainen in een dichte kamer van eenentwintig graden is zwaar; een raam open en de verwarming een graad lager helpt meer dan het klinkt. En een deur die dicht kan, zodat een gesprek over je gewicht of je knie niet de hele gang over gaat.
Als het thuis niet past
Dan is er de tuin, het parkje, het veldje of het werk. Alle drie de aanbieders trainen ook op kantoor als daar een ruimte is. Meer over de keuze tussen binnen en buiten.