De eerste training
Het eerste uur is anders dan de uren daarna. Het is deels een meting: de trainer kijkt hoe je beweegt, hoe je ademt bij inspanning en waar je het eerst moe wordt. Daar wordt het schema op gebouwd.
De opbouw van het uur
Een korte warming-up, meestal met eigen lichaamsgewicht: stappen, draaien, een paar keer door de knieƫn. Dan een reeks basisbewegingen waarin de trainer je techniek bekijkt: een kniebuiging, een uitvalspas, iets duwen, iets trekken, een plank. De gewichten zijn licht en de herhalingen weinig. Het gaat om zien, niet om vermoeien.
Het tweede deel is een eerste, korte trainingsronde waarin de belasting iets omhoog gaat. Aan het einde volgt een paar minuten uitlopen en rekken, en een gesprek over hoe het voelde. Sommige trainers noteren op dat moment de gewichten en herhalingen als startpunt; bij een van de aanbieders gaat dat in een app.
Waarom het niet zwaar is
Een uitputtende eerste training voelt stoer en levert drie dagen spierpijn op. Die spierpijn is precies de reden dat mensen de tweede training uitstellen. Een goede eerste training is er een waarna je de volgende dag zonder moeite de trap op komt en denkt dat je wel iets meer had gekund. Dat is de bedoeling.

Wat je meeneemt
- Sportkleding die je al hebt en schoenen met een stevige zool.
- Een bidon water en een handdoek.
- Een lijstje van wat je in de kennismaking vergeten bent te zeggen.
Eet een tot twee uur vooraf iets lichts. Train je vroeg in de ochtend, dan is een stuk fruit of een boterham genoeg; op een lege maag kan ook, maar zeg dat tegen de trainer.