Binnen of buiten
Het is geen keuze voor altijd. De meeste mensen doen beide, afhankelijk van het seizoen, het weer en de oefeningen van die dag. Toch helpt het om te weten wat elk van de twee wel en niet kan.
Binnen
- Onafhankelijk van weer en daglicht; belangrijk voor ochtend- en avondtrainingen in de winter.
- Privacy. Niemand kijkt mee, en dat is voor veel beginners de reden om überhaupt te beginnen.
- Beperkte ruimte: weinig loopwerk, geen sprints, geen werpoefeningen.
- Douche en koffie op vijf meter afstand.
Buiten
- Meer ruimte en dus meer variatie: sprints, trappen, sleeën, werpen.
- Frisse lucht en daglicht, wat voor de meeste mensen prettiger voelt.
- Afhankelijk van weer, licht en ondergrond. Regen is meestal geen reden om af te zeggen, ijzel wel.
- Publiek. Sommige mensen vinden dat niets, anderen willen het niet.
Hoe het in de praktijk gaat
De trainer kijkt naar wat er in de buurt is. Een park met bankjes en een trap is een complete sportschool: opstappen, dips, schuine push-ups, sprints tussen twee bomen. Een grasveldje is genoeg voor alles met een kettlebell of een bal. Een stoep en een muurtje volstaan voor een volledig krachtuur.

Bij slecht weer wordt niet afgezegd maar verhuisd: van park naar woonkamer, of andersom als het binnen te warm is. Dat is een van de sterkste kanten van aan huis trainen: er is altijd een tweede locatie op nul minuten afstand.
Winter en zomer
Van november tot februari is een avondtraining buiten een training in het donker. Sommige mensen vinden dat niets, anderen trainen dan met plezier onder een lantaarnpaal. In de zomer is het omgekeerde het probleem: een woonkamer van zesentwintig graden om zeven uur 's avonds. Wie beide locaties open houdt heeft het hele jaar door een goede optie.